Een dingetje

ItchIk las een nieuwsbericht over ‘jeukwoorden‘ in de communicatiesector. Ook in die wereld gebruikt men woorden waar je als normaal mens jeuk van krijgt: jargon dat hip of interessant klinkt, zonder dat het een andere betekenis heeft dan het gewone Nederlandse woord. De communicatiespecialist spreekt van ‘transitie’ of ‘innovatie’, terwijl het gewoon over ‘verandering’ gaat. ‘Co-creatie’ is een lelijk anglicisme voor het woord ‘samenwerking’, waar helemaal niks mis mee is.

Ik zou best wel een lijst met kerkelijke jeukwoorden willen samenstellen. Enkele Vlaamse evangelischen maakten op Facebook een lijst met ‘ergernissen in het evangelisch woordgebruik‘ met op nummer 1 het dubbelzinnige ‘gemeenschap hebben’. Ik houd me aanbevolen voor protestantse jeukwoorden.

Door het artikel moest ik ook weer denken aan het Amsterdamse woord dat bij mij enige jeuk veroorzaakt. Dat woord is: ‘een dingetje.’ Is er een verdraaid lastig probleem, zegt iemand: ‘Ja, dat is wel effe een dingetje.’ Gaat het over een zonde die altijd maar weer de kop op steekt: ‘Dat blijft een dingetje.’ Blijkt de Noord-Zuid-lijn wat duurder te zijn uitgevallen: ‘Wel een dingetje.’ Sta je voor een zware operatie: ‘Dat is niet niks, dat is wel een dingetje.’

Dit jeukwoord doet precies het omgekeerde van overdrijven: het maakt van de olifant een mug. Grote problemen en zaken die je niet zomaar opgelost krijgt, verklein je zo tot een dingetje dat je natuurlijk wel aankan. Of het probleem dan ook echt kleiner wordt en je het gemakkelijker kan aanpakken, weet ik niet. Daarvoor heb ik nog te weinig Amsterdamse ervaring.

Het woord jeukt in de eerste plaats omdat het een verarming van onze taal is: in plaats van problemen, kwesties, moeilijkheden, raadsels, worstelingen, vraagstukken enzovoort is er het one size fits all ‘dingetje’. Ook loop je door het gebruik van dit relativerende woord de kans om de realiteit te onderschatten of te verbloemen. Ach ja, wat stelt het voor? Bovendien suggereer je dat je het wel even kan fiksen, die dingetjes.

Mijn voorstel zou zijn om het dingetje achterwege te laten. En als je toch graag iets ‘dingerigs’ wil zeggen, is gewoon ‘ding’ ook een optie. Bijbels gezien stap je dan over van de menselijke naar de goddelijke mogelijkheden: ‘Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk,’ zei Jezus ooit over rijken die het koninkrijk van God binnen moeten (Markus 10:23). Ja, dat is ook wel een dingetje, pardon … ding.

Boze burger bij de brug

Ik ben eindelijk een boze burger tegengekomen! In levende lijve stond hij (het was een mannelijke boze burger) samen met mij te wachten voor de Willemsbrug, die traag open ging. Ik kende de boze burger van het internet, waar hij frustratie en boosheid spuwt en scheldt, en ook van horen zeggen in de analyses van de samenleving. Maar nu zag ik dat geheimzinnige, bijna mythische wezen met eigen ogen op een grijze Amsterdamse morgen.

WillemsbrugHij zag er heel gewoon uit met een spijkerbroek en donkere jas aan. Net als ik stond hij op de fiets te wachten voor de open brug. Pas toen hij zachte, maar hoorbare geluiden van ongeduld begon te maken, herkende ik hem. De brug stond al een tijdje open en er kwam maar geen schip aan varen. Waarom stonden wij dan hier te wachten voor een open brug? Er verscheen een bootje van een of andere havendienst, maar dat was zo klein dat het gemakkelijk onder de brug door kon. De boze burger maakte meer en iets luidere geluiden van ongenoegen en het leek erop dat hij een gesprek met de andere slachtoffers zou beginnen. Ik verwachte een boze stem die op gefrustreerde toon lotgenoten zou zoeken. Maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan greep hij zijn mobiele telefoon en begon een filmopname te maken: langzaam draaide hij zijn telefoon van links via de open brug naar rechts, waar het havenbootje nog steeds stil lag te niksen. Op het moment dat hij zijn telefoon opborg, begon het brugdek weer te zakken.

De kans is groot dat de boze burger, aangekomen op zijn werk of thuis, het filmpje via sociale media heeft gedeeld met de boze en cynische opmerking: ‘Lekker wachten voor een boot die niet komt. #tijdgenoegzeker #tijdvooreenbrilbrugwachter.’ Of misschien heeft hij het ook naar de klantendienst van Waternet, dat de bruggen beheert, gestuurd met de vraag om uitleg en schadevergoeding.

Al kijkend naar de boze burger voelde ik overigens dezelfde emoties. Ik was op weg naar een vergadering en had haast, omdat ik te laat was vertrokken. Ongeduldig stond ik te wachten voor die open brug. En het uitblijven van een boot, maakte mij ook boos. Waarom sta ik hier voor niets te wachten? Ik heb wel wat beters te doen dan naar een brugdek en leeg water te kijken.

Achteraf denk ik: de boze burger en ik kunnen wel wat geduld gebruiken. En daarbij een beetje meer mildheid, humor en genade. En misschien zouden we elkaar dan een knipoog geven, goedemorgen wensen of een gesprekje beginnen over de teksten die op de onderkant van het brugdek staan. ‘Wat weten we van elkaar?’ staat er onder andere. Dat zou een leuk gesprek kunnen worden …

Afscheid van een burgervader

Vandaag nam Amsterdam afscheid van burgemeester Eberhard van der Laan. Als nieuwe Amsterdammer heb ik verwonderd gekeken naar hoe geliefd deze burgemeester was en wat zijn ziekte en overlijden teweegbrengt in de stad. Hij was een goede bestuurder, een betrokken en menselijke burgemeester en aan het einde ook een kwetsbaar lijdend mens. Dat alles maakte hem een vaderfiguur — een echte burgervader — zo is mijn indruk als ik zie wat het afscheid de laatste weken oproept aan verdriet, dankbaarheid en eer.

Herdenkingsdienst Eberhard van der LaanDat Van der Laan zo’n vaderfiguur is geworden, is eigenlijk best wonderlijk — zeker in een vrijgevochten stad als Amsterdam. De theoloog F.O. van Gennep schreef ooit (in 1989) een boek met de titel ‘De terugkeer van de verloren Vader’, waarin hij stelde dat in de westerse cultuur de vader op drie fronten is verdreven. In de politiek is de vader-koning vervangen door de democratie, de secularisatie en het atheïsme hebben de Vader-God (en de autoritaire kerk) van de troon gestoten en het feminisme heeft de aanval ingezet op het gezag van de man-vader in het gezin en relaties. Het is het bekende verhaal van het vrije individu dat geen autoritaire vaderfiguren meer boven zich duldt.

Ook al is de vader een problematische figuur geworden in onze samenleving, toch keert hij steeds weer terug en het verlangen naar hem blijkt ook niet uit te roeien. Van Gennep zag profetisch dat die terugkeer ook een herstel van de oude autoritaire vadermacht kon betekenen, als vanuit een vacuüm en nostalgie het verlangen naar sterke leiders en autoritaire verhalen opkomt. Hij pleitte voor de terugkeer van de vader, die naar het voorbeeld van de lijdende en dienende Christus op een bescheiden en dienstbare wijze macht uitoefent.

Ik denk dat Van der Laan wel in dit beeld van Van Gennep paste en dat de mensen dat in hem hebben herkend. Zonder hem te verheerlijken, kun je wel zeggen dat hij een vaderfiguur was, die verbinding schiep, mensen zag en zich daadkrachtig inzette voor het geheel. Daarbij was hij aan het einde een lijdende en kwetsbare burgemeester, die afscheid nam met een vaderlijke oproep om goed ‘voor onze stad en voor elkaar’ te zorgen.

Bij het afscheid van deze burgervader kun je alleen maar hopen dat er meer van zulke vaders zullen terugkeren in onze tijd — in de politiek en ook in kleinere verbanden als de school, het gezin, kerken en verenigingen. En die hoop wordt gevoed door het vertrouwen dat die ene Vader, die op zijn eigen kwetsbare en dienende wijze macht uitoefent, ook altijd weer terugkeert.