Het kruis van Jan Palach en Jan Zajíc

In Praag zag ik een kruis verwerkt in het trottoir op het Wenceslausplein. Het was een gedenkkruis voor de studenten Jan Palach en Jan Zajíc, die zich uit protest tegen de militaire bezetting na de Praagse Lente in 1969 op dat plein in brand staken.

Monument voor Jan Palach en Jan Zajíc door Barbora Veselá, Praag

Het is een monument dat je naar de keel grijpt. Een verbogen en verbrand kruis op de grond. Je ziet een kronkelend mensenlichaam dat brandt als een fakkel. Het kruis staat niet rechtop, zoals we gewend zijn, maar ligt plat op de grond — je kunt er zo overheen lopen of op spugen.

Meer dan welk beeld van Jezus aan het kruis ook, laat dit beeld mij iets zien van het zwakke, dwaze en aanstootgevende van God die als Gekruisigde in ons midden is gekomen (1 Korinthiërs 1:18-25). En tegelijk toont dit schokkende beeld de taaie en oersterke kracht van het kruis. Midden in de mega-toeristische hoofdstad van het meest atheïstische land ter wereld stuit je zomaar op het kruis en word je bij je toeristische kladden gegrepen door het verhaal van twee martelaren die vijftig jaar geleden hun leven gaven voor vrijheid en waarheid. Op die plek zie je dat het martelaarschap van die twee jonge mensen sterker is gebleken dan de tanks, de propaganda en de harde hand van het stalinistische regime. Het is een hard en hoopvol teken dat Jezus, Gods eigen martelaar, sterker is dan welke macht ook.

En kijkend naar dat kruis in mensenvorm, besefte ik ook dat je als volgeling van Jezus eigenlijk in een spiegel staat te kijken. Dit kruis van Jan Palach en Jan Zajíc stelt de indringende vraag of mijn leven ook de vorm van het kruis heeft.

De Levensboom

Sinds vorig jaar is de Noorderkerk een klein kapelletje rijker: de Noorderkapel, waar mensen een aantal morgens in de week welkom zijn om te bidden, stil te zijn, een tekst te lezen of een kaarsje aan te steken. In die kapel hangt tussen het originele zeventiende-eeuwse tegelwerk een bijzonder cederhouten kruis.

Kruis in de Noorderkapel, Amsterdam; foto Paul Ariese

Op deze Goede Vrijdag moest ik weer aan dit kruis denken, omdat dit de diepere betekenis van het kruis van Jezus zo mooi verbeeldt. We moeten nooit vergeten dat het kruis van Jezus in de eerste plaats gewoon een afgrijselijk executiewerktuig is, een van uitvindingen van de Romeinse beschaving, ontsproten aan het menselijk brein dat, zoals we helaas maar al te goed weten, in staat is om gruwelijke wreedheid te verzinnen en te realiseren. Jezus stierf op deze dag bijna 2000 jaar geleden een wrede dood, aan spijkers hangend op een hout tussen hemel en aarde.

Maar het kruis is meer dan dat. Daarom is deze vrijdag ook ‘goed’ gaan heten. Aan het kruis overwon God het menselijke kwaad door het in zijn liefde op te nemen, te oordelen en te vernietigen. Dat nooit te doorgronden gebeuren van Jezus’ lijden en dood maakt het kruis tot plek waar leven uit de dood voortkomt en waar ‘de verschrikkelijke kracht van de nederige liefde’ (zoals Dostojevki het noemde) de menselijke wreedheid, vijandschap en onverschilligheid overwon. Het is de kruising van hemel en aarde, het punt waar God en mens keihard botsen, de mens wordt gebroken en God in zijn grondeloze mensenliefde de stukken weer heelt.

Het kruis in de Noorderkapel heeft aan een kant een schors, waardoor het hout herinnert aan de boom, de bijbelse ceder van de Libanon. Het kruis is ook een boom — de levensboom. Dit kruis herinnert je aan het leven dat verborgen is in Jezus’ lijden en sterven. En daarbij is het een uitnodiging om het kruis ook daadwerkelijk te leven — om verbonden met Jezus de nederige liefde te leren en in de praktijk te brengen. Het kruis kan geen dood symbool of historisch feit blijven, maar wil tot leven komen — op de grond, in menselijke handen en harten. Daarom is het treffend dat de gebogen voet van het cederhouten kruis onderaan gebutst en verweerd is. Dat hoort bij deze levensboom, die niet zonder butsen en zonder aanraking met aarde en vuil tot leven komt.

Gewoon bidden

Bidden houdt voor mij iets heel weerbarstigs — en ik ben niet de enige. Aan de ene kant is bidden simpel. Het is een bezigheid die veel mensen bijna even automatisch doen als ademhalen: contact zoeken met God — met of zonder woorden, samen of alleen, vast gelovend of twijfelend, in alle rust of in paniek, met een innerlijk verlangen of uit gewoonte. Aan de andere kant kost bidden me hoofdbrekens en heb ik het gevoel dat ik, als ik bid, een taal aan het spreken en leren ben waarvan ik nog maar heel weinig begrijp. Maar die weerbarstigheid hoort er misschien ook gewoon bij.

Als de leerlingen van Jezus Hem zien bidden, vraagt een van hen: ‘Heer, leer ons bidden.’ (Lukas 11:1-4) Het is misschien wel de vraag voor het levenslange leerproces van geloven. Hoe moet ik bidden, wat is bidden, wat kunnen we verwachten van God, hoe houden we het vol? Het antwoord van Jezus gaat over de inhoud. Niet hoe je bid, welke vormen, maar wat je bidt. Blijkbaar is dat voor Hem de kern: dat je de goede woorden leert bidden, dat je wordt ingewijd in een gebedstaal die de juiste focus heeft. Je kunt alles vragen, roepen en zeggen in gebed, maar je moet ook een nieuwe taal leren. Een taal waarmee je verbonden raakt met God, doordat die je verlangens en je leven verbindt met wat God geeft en vraagt. Om die taal te leren geeft Jezus de woorden van het Onze Vader, als een soort grammatica van het gebed.

Wie het Onze Vader vaak bidt of gebeden heeft, weet dat die woorden ook sleets kunnen worden — overbekende woorden die je uit je hoofd kent en als een mantra gedachteloos opzegt. Maar wat als we deze woorden met aandacht zouden bidden — wat denk ik ook de bedoeling van Jezus is? Simone Weil (de Frans-Joodse denkster; 1909-1943) vertelt dat ze tijdens haar werk als oogstarbeidster het Onze Vader reciteerde en ze sinds die tijd zichzelf als enige godsdienstoefening had opgelegd ‘het iedere morgen éénmaal met volstrekte aandacht op te zeggen’.

Dat lijkt mij een goede oefening voor wie wil leren bidden (en voor wie het wil volhouden): met volstrekte aandacht het Onze Vader opzeggen. Deze woorden van Jezus, die zelf in eenheid met God leefde, met aandacht en liefde wegen, uitspreken naar God en laten klinken en werken in je eigen leven(tje).

Zo simpel kan leren bidden dan wel weer zijn.