Is mijn leven een verhaal?

Deze week mocht ik in een interview voor het radioprogramma Onderweg bijna een uur lang vertellen over mijn levensweg tot nu toe. Als predikant heb ik het voorrecht dat mensen vaak (een deel van) hun levensverhaal aan mij vertellen, maar nu waren de rollen dus omgedraaid. Collega Elsbeth Gruteke vroeg vriendelijk en nieuwsgierig naar het mijne.

levensverhaal

Het is wel een boeiende en confronterende oefening om het verhaal van je leven te vertellen. Op het gesprek terugkijkend, vraag ik me af wat een leven tot een verhaal maakt. Zijn dat de bijzondere momenten en de verrassende wendingen of is dat een rode draad die door de jaren heen zichtbaar wordt? Kun je een bestemming en richting in je leven zien, of is het — als je eerlijk bent — gewoon een aaneenschakeling van gebeurtenissen, toevalligheden, fragmenten en menselijke keuzes, waarmee je zo goed en zo kwaad het gaat je leven leeft?

Al nadenkend en vertellend stuitte ik ook op de vraag of mijn leven het wel waard was om te vertellen. Is het wel een goed verhaal? Wat is het gewicht van vijfenveertig jaren mensenleven? Zijn die niet veel meer dan ‘lucht en leegte’ en ‘najagen van wind’, zoals de bijbelse Prediker verzucht?

En toch … Als iemand je uitnodigt om iets te vertellen ontstaat er als vanzelf een verhaal — een klein verhaal van een mensenleven, dat verbonden met de levensverhalen van anderen en met het grote verhaal van God het waard is om te vertellen. Dat laatste is ook het mooiste: dat mijn levensverhaal verbonden is geraakt met dat wonderlijk goede verhaal van God. Frederick Buechner, een van mijn favoriete vertellers, heeft dat verhaal van God een tragedie, komedie en sprookje ineen genoemd. Juist dat tragische, komische en sprookjesachtige verhaal van God maakt van mijn kleine leven een verhaal dat het waard is om te leven én te vertellen.

Het gesprek wordt op zaterdag 20 oktober 2018 om 22.00 uur uitgezonden op NPO radio 5. De podcast is vanaf maandag 22 oktober te beluisteren op website van Onderweg.

De gedachten van Buechner zijn te vinden in zijn boekje Telling the Truth: the Gospel as Tragedy, Comedy and Fairy Tale (Harper, San Francisco)

Paddington-traan

paddington2Vandaag ben ik naar de film geweest met twee dochters en twee nichtjes. Ze hadden Paddington 2 gekozen. Het was heerlijk om op een stormachtige middag in de kerstvakantie naar een grappige en avontuurlijke film, met in de hoofdrol een hartveroverend schattig beertje, te kijken. En toen gebeurde er helemaal aan het einde van de film nog iets verrassend. Na een heel avontuur vol grappige, spannende en ontroerende momenten, rolde er tot mijn eigen verbazing een klein traantje over mijn gezicht.

De ontknoping van de film is een voorspelbaar en licht sentimenteel happy end, waar hedendaagse familiefilms in grossieren. En toch pakte het mij. Ik schaam mij niet zo snel voor tranen, ook niet als ze komen tijdens een film. Maar nu leek de traan ongepast, omdat ik naar een voorspelbare feelgood animatiefilm zat te kijken (en niet naar een diepzinnig en ernstig epos als de Lord of the Rings of een film die je meeneemt in het pijnlijke drama van het leven).

Ik zag een gang vol met gelukkige mensen die vol verwachting naar de voordeur staan te kijken. Er is zojuist aangebeld en Paddington loopt ongelovig naar de deur voor de ontmoeting waardoor alle avonturen, angsten en kleerscheuren van de afgelopen anderhalf uur het waard zijn geweest en waarin alles wat goed en mooi is tot een goed einde komt. En dat riep een traan tevoorschijn.

Wat was dit voor traan? Waarom huil je bij het zien van iets dat goed en mooi is? Zegt die Paddington-traan iets over mijn verlangen dat het goede het in the end wint en dat het leven en de liefde toch sterker zijn dan de leugen en het kwade? En is deze traan een teken van God? De Amerikaanse schrijver Frederick Buechner zegt dat je heel opmerkzaam moet zijn op je tranen, vooral als ze onverwachts komen. ‘Ze vertellen je niet alleen iets over het geheim van wie jij bent, maar vaker wel dan niet spreekt God door hen tot je over het geheim waar je vandaan komt en roept Hij je naar waar je, wil je ziel gered worden, nu naartoe zal moeten gaan.’

Een traan als stem van God, die zegt dat we van het geheim van goedheid en liefde vandaan komen en we — als we onze ziel en ons leven willen redden — naar die goedheid en liefde moeten terugkeren en daarin dieper en verder moeten gaan. Het was nog niet bij mij opgekomen dat zo’n schattig beertje zoiets kon zeggen.

Citaat: Frederick Buechner, Whistling in the dark (Harper, San Francisco) blz. 117.